1. Home
  2. Nieuws
  3. Yung Shin Van Der Sype ontwikkelde wiskundige formule voor privacybescherming werknemers

Yung Shin Van Der Sype ontwikkelde wiskundige formule voor privacybescherming werknemers

Yung Shin Van Der Sype behaalde onlangs haar doctoraat aan de KU Leuven met een studie over de privacybescherming van werknemers op de werkvloer, en meer bepaald over de vraag hoe privacyrechten af te wegen in concrete geschillen, bijvoorbeeld in een ontslagprocedure. Wat als op de werkvloer camerabeelden worden gemaakt? Worden die opgeslagen conform de wet? En als dat niet gebeurt, kunnen ze dan gebruikt worden om de werknemer te ontslaan? Van Der Sype onderzocht wat de verhouding tussen die verschillende rechten is. Om die rechten in verschillende situaties een verschillend gewicht toe te kennen, ontwikkelde ze een wiskundige formule. De Juristenkrant sprak met haar.

Tekst Annelien Keereman, foto Wouter Van Vaerenbergh

yungshi-3

'In het eerste deel van mijn doctoraat zet ik het regelgevend kader uiteen waarop werknemers zich kunnen beroepen. Er zijn verschillende normen. Je hebt uiteraard de wet bescherming persoonsgegevens, daarnaast nog artikel 8 EVRM, artikel 7 en 8 van het EU-handvest, en de oude richtlijn die vervangen is door de GDPR, de algemene verordening gegevensbescherming, die wel pas over een klein jaar van toepassing zal zijn. Ook de cao’s 68 en 81 bieden bescherming. Eigenlijk is er heel veel bescherming, maar die blijkt in de praktijk niet altijd goed te werken.’
‘De zwakheden van de bestaande beschermingsmechanismes onderzoek ik in het tweede deel. Het is onvermijdelijk dat op het snijpunt van al die normen soms nieuwe spelregels ontstaan die de wetgever initieel niet kon voorzien, bijvoorbeeld bij de privacy-inbreuken op de werkvloer. Daarbij komt het recht op bescherming van de werknemer in conflict met andere fundamentele rechten, zoals het recht op een eerlijk proces, maar ook met beginselen uit andere rechtstakken, zoals het arbeidsrecht en het procesrecht.’
‘In het derde deel ontwikkel ik een concreet beoordelingskader om privacyrechten en andere rechten in de arbeidsverhouding af te wegen bij een conflict, mijn methode dus. Daarbij hou ik rekening met de specifieke context.’

Stel: op de werkvloer hangt een camera, maar die hangt er onrechtmatig. Tijdens de duur van het arbeidscontract, stelt de werknemer zich geen vragen of kaart hij het niet aan, maar wanneer hij ontslagen wordt om dringende reden op basis van beelden van die camera, wat moet een werkgever dan doen?

‘Voor de werkgever is het belangrijk dat de dringende reden behouden kan blijven, omdat hij anders de werknemer zal moeten betalen bij het ontslag. In het huidige systeem wordt de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs vaak bepaald door de Antigoontoets. De toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen camerabeelden is dan afhankelijk van een aantal strafrechtelijk geïnspireerde criteria, waarbij het recht op privacy vaak het onderspit zal delven. De dringende reden kan zo door Antigoon nog altijd aangetoond worden, en de werknemer wordt meestal niet gecompenseerd voor de inbreuk op zijn privacyrechten. Zijn recht wordt gewoon aan de kant geschoven. Dat is een grote zwakte van het systeem. Dat wijt ik voor een stuk aan het feit dat de huidige regelgeving heel strikt en heel rigide is, wat maakt dat een kleine inbreuk een nietigheid over de hele lijn creëert. Dat is een probleem.’

Wat stelt u dan voor?

‘In mijn doctoraat heb ik een methode ontwikkeld die daarop inspeelt, ik noem het de ‘geïntegreerde beschermingsmethode’. De formule struikelt niet over één voorwaarde die het geheel teniet doet. De methode legt iets meer realiteitszin aan de dag: er wordt minder snel een inbreuk vastgesteld, maar als er toch een is, moet die als zodanig worden erkend. Ofwel wordt het bewijselement niet toegelaten in de procedure, ofwel zal de werkgever de werknemer toch kunnen ontslaan op basis van de dringende reden, maar dan zal de werkgever de werknemer moeten compenseren voor de schade die voortvloeit uit de inbreuk.’

'De methode ziet er heel abstract uit, maar maak je geen zorgen: om de formule en de methode te kunnen toepassen, moet je het niet begrijpen. Je moet gewoon de getallen niet zelf invullen: je overloopt een lijst met vijftien vragen waarmee naar de specifieke context van een concreet geval wordt gepeild. Die vragen zijn in een webapplicatie gegoten, die door Wolters Kluwer, dat mijn doctoraat uitgeeft, wordt aangeboden. De webapplicatie verwerkt je antwoorden tot de getallen die op de juiste plaats in de formule ingevuld worden. Met de webapplicatie krijg je het antwoord: wel of niet een ongeoorloofde inbreuk, wel of niet morele schade, en dus wel of niet vergoedingsplicht.’

‘De methode kan op twee manieren gebruikt worden: preventief door de werkgever om privacy-inbreuken te vermijden of de negatieve gevolgen ervan in te perken, of achteraf om te kijken of er sprake was van een ongeoorloofde inbreuk en of de werknemer daardoor morele schade heeft geleden.’

 

 

  522